PACCAR Parts krijgt jaarlijks ongeveer 450.000 gebruikte onderdelen retour. Achter het remanufacturingprogramma van DAF zit daardoor een omvangrijke tweede logistieke keten, waarin retourstromen, controle, opslag en revisie minstens zo belangrijk zijn als de levering van nieuwe onderdelen.
Een turbo, startmotor of versnellingsbak die bij een DAF-dealer wordt vervangen, is niet noodzakelijk aan het einde van zijn levensduur. Het oude onderdeel wordt aangemeld en kan bij een volgende leverrit opnieuw worden meegenomen. Zo gebruikt PACCAR Parts de bestaande distributiestroom ook om gebruikte onderdelen terug in de keten te brengen.
Die retourlogistiek vormt al meer dan vijftig jaar de basis van het remanufacturingprogramma van PACCAR Parts. Jaarlijks komen ongeveer 450.000 onderdelen terug. Ze worden gecontroleerd en vervolgens gereviseerd of, wanneer hergebruik niet mogelijk is, verder richting recycling gestuurd.
Dit artikel is door Logistiek.be redactioneel uitgewerkt op basis van een interview van Service Logistics Forum met Teun Dingen, programmamanager Remanufacturing bij PACCAR Parts Europe. Het oorspronkelijke interview werd geschreven door Pieter Pulleman in het kader van 30 jaar Service Logistics Forum.
Statiegeld brengt onderdelen terug
PACCAR Parts gebruikt een borgsysteem om de retourstroom op gang te houden. Bij aankoop van bepaalde onderdelen betaalt de dealer een borg. Die wordt terugbetaald wanneer het gebruikte onderdeel tijdig en in voldoende staat wordt ingeleverd.
Maar een financiële prikkel alleen volstaat niet. Volgens Teun Dingen moet retourneren vooral eenvoudig zijn. Door oude onderdelen mee te nemen tijdens een volgende leverrit hoeft een dealer geen afzonderlijk retourtransport te organiseren.
“De eerste stap van circulariteit is niet reviseren. Je moet er eerst voor zorgen dat onderdelen überhaupt weer bij je terugkomen.”
Remanufacturing is meer dan repareren
Een gereviseerd onderdeel wordt niet simpelweg hersteld waar het defect zit. Bij remanufacturing wordt het volledige product gedemonteerd en gecontroleerd. Onderdelen die niet meer aan de technische specificaties voldoen, worden vervangen. Daarna volgen assemblage en eindtesten.
Volgens PACCAR Parts moet het eindproduct technisch gelijkwaardig zijn aan een nieuw onderdeel en dezelfde garantie bieden. Voor transporteurs kan dat een goedkoper alternatief voor een nieuw onderdeel opleveren.
Een aparte logistieke cyclus
Na ontvangst worden retouronderdelen gecontroleerd, administratief verwerkt en tijdelijk opgeslagen. Daarna gaan ze naar een interne revisiewerkplaats of gespecialiseerde partners. Na demontage, inspectie, vervanging van slijtdelen, assemblage en testen keren geschikte onderdelen opnieuw naar het magazijn terug.
Alleen al in het Core Warehouse zijn volgens het aangeleverde interview enkele tientallen medewerkers bezig met het ontvangen, controleren, registreren en distribueren van die retourstromen.
Daarmee illustreert de DAF-case een bredere logistieke uitdaging. Logistiek.be schreef eerder al dat retourlogistiek steeds strategischer wordt wanneer bedrijven meer waarde uit gebruikte onderdelen willen halen.
Businesscase blijft doorslaggevend
Remanufacturing ontstond bij PACCAR Parts niet uitsluitend vanuit duurzaamheid. Het programma bestaat al ruim vijftig jaar en moest ook economisch kloppen. Voor nieuwe onderdelen in het revisieprogramma kijkt het bedrijf daarom naar drie vragen: is revisie technisch mogelijk, is er voldoende marktvraag en is er een gezonde businesscase?
“Als reviseren duurder wordt dan een nieuw onderdeel produceren, houdt het op.”
Elektrische trucks openen nieuwe mogelijkheden
De volgende uitdaging verschuift van mechanische naar steeds meer elektronische componenten. Printplaten en elektronische besturingen bieden volgens Dingen nieuwe mogelijkheden, maar maken het tegelijk complexer om dezelfde betrouwbaarheid als bij een nieuw onderdeel aan te tonen.
Ook elektrische vrachtwagens kunnen de businesscase voor remanufacturing veranderen. Ze bevatten minder bewegende delen, maar sommige componenten zijn aanzienlijk duurder. Juist bij kostbare onderdelen kan revisie daardoor economisch aantrekkelijk worden.
Voor transportbedrijven past dat in een bredere verschuiving rond elektrificatie. In het Logistiek.be-kennisdossier over elektrische vrachtwagens in België bekijken we hoe kosten, laden en operationele inzet samen de businesscase bepalen.
Retourstrategie komt vóór circulariteit
De belangrijkste les uit de DAF-case zit daardoor niet in de revisiewerkplaats zelf. Een circulair onderdelenmodel begint bij het organiseren van een betrouwbare retourstroom. Zonder voldoende gebruikte onderdelen is er simpelweg geen constante basis om op industriële schaal te reviseren.
Dat principe is breder toepasbaar dan de trucksector. Ook machinebouwers, leveranciers van industriële installaties en andere bedrijven met grote aantallen onderhoudsonderdelen kunnen een vergelijkbare gesloten keten opzetten, zolang techniek, retourvolume en businesscase samen kloppen.

