De zomer van 2026 heeft een nieuw laagwaterrecord opgeleverd voor de grote Europese rivieren. Volgens de Copernicus Climate Change Service lag de gemiddelde zomerafvoer van twaalf belangrijke rivieren op het laagste niveau sinds het begin van de gebruikte meetreeks in 1992.
Voor de logistieke sector is vooral de combinatie van rivieren relevant. Vele waterwegen kregen met uitzonderlijk lage afvoer te maken: onder meer Rijn, Donau, Po, Loire, Rhône, Seine, Wisła en Elbe werden getroffen. Daarmee raakt het probleem verschillende belangrijke industriële en logistieke corridors tegelijk.
Laagwater raakt laadvermogen van binnenvaart
Een lage rivierafvoer vertaalt zich niet automatisch in een volledige stremming, maar beperkt wel hoeveel diepgang binnenvaartschepen kunnen gebruiken. Daardoor moeten schepen minder lading meenemen of zijn meer afvaarten nodig om hetzelfde volume te vervoeren. Dat verhoogt de transportkosten en kan capaciteit uit de markt halen.
Voor Belgische verladers is vooral de Rijn belangrijk als verbinding met het Duitse achterland. De aanhoudende droogte van 2026 heeft opnieuw duidelijk gemaakt dat laagwater niet alleen een binnenvaartprobleem is: het kan doorwerken in voorraden, modal shift, spoor- en wegcapaciteit en de planning van industriële productiestromen.
Copernicus ziet uitzonderlijke zomer
De lage rivierafvoer maakt deel uit van een bredere uitzonderlijke zomer. Copernicus meldt dat tegen het einde van het seizoen 52 procent van Europa was blootgesteld aan ‘zeer sterke’ hittestress. Vooral West-Europa kende recordhoge luchttemperaturen, terwijl ook de oppervlaktetemperaturen van Europese zeeën uitzonderlijk hoog lagen.
Het Europese Drought Observatory meldde in september bovendien dat de droogtesituatie in grote delen van Europa kritisch bleef. Ook België, Nederland, Frankrijk en Duitsland kwamen in de waarschuwings- en alarmzones voor droogte voor.
Supply chains moeten laagwater als terugkerend risico behandelen
Voor supply-chainteams verschuift laagwater daarmee steeds meer van een uitzonderlijke verstoring naar een risico dat in transportplanning en contracten moet worden meegenomen. Bedrijven die sterk afhankelijk zijn van binnenvaart kunnen vooraf alternatieve routes, spoorcapaciteit of wegtransport identificeren en bepalen bij welke waterstanden ze overschakelen.
Ook de commerciële afspraken met binnenvaartoperatoren verdienen aandacht. Bij lage waterstanden kunnen toeslagen en beperkingen op het laadvermogen snel doorwerken in de kost per ton. Wie kritieke grondstoffen of grote bulkvolumes vervoert, heeft er daarom belang bij waterstanden en beschikbare capaciteit niet pas te volgen wanneer de vaarweg al onder druk staat.
De cijfers van Copernicus geven geen voorspelling voor de komende winter of voor 2027. Ze tonen wel dat de zomer van 2026 voor Europese rivieren uitzonderlijk was binnen de ruim dertigjarige meetreeks en bieden daarmee een nieuw datapunt voor bedrijven die de robuustheid van hun multimodale netwerk beoordelen.

