De discussie over meer vrachtverkeer tijdens de nachturen krijgt opnieuw aandacht in België. Transportvakbond BTB-ABVV reageerde op 25 oktober 2026 op voorstellen om meer transport buiten de drukste verkeersuren te organiseren. De vakbond sluit een uitbreiding niet uit, maar vraagt garanties voor de chauffeurs.
De kern van het debat is niet of vrachtwagens vandaag al ’s nachts mogen rijden. Dat gebeurt al. De vraag is of transporteurs, verladers, magazijnen en terminals hun werking voldoende op elkaar kunnen afstemmen om meer ritten naar de nacht te verschuiven.
Vrijwilligheid en rusttijden centraal
BTB-ABVV vraagt dat nachtwerk op vrijwillige basis gebeurt, correct wordt vergoed en de bestaande rij- en rusttijden worden gerespecteerd. Nachtelijke prestaties hebben gevolgen voor gezondheid, gezinsleven en herstel. Een andere ritplanning mag volgens de vakbond geen aanleiding zijn om de bescherming van chauffeurs af te bouwen.
In zijn reactie verwijst BTB naar het pleidooi van Transport en Logistiek Vlaanderen (TLV) en SD Worx voor een grotere inzet van nachttransport. Een afzonderlijke recente publicatie met de precieze voorstellen van beide organisaties kon niet worden bevestigd. Daarom schrijven we hun geen concrete maatregelen of uitspraken toe.
Zonder open laadkaaien geen tijdwinst
Een vrachtwagen die files vermijdt maar voor een gesloten distributiecentrum moet wachten, wint weinig tijd. Een structurele verschuiving naar nachtelijke uren vraagt daarom ook personeel bij verladers, toegankelijke laad- en losplaatsen en aangepaste afspraken over ontvangst van goederen.
Voor bedrijven komt daar een kostenafweging bij. Minder tijdverlies op de weg kan interessant zijn, maar nachtelijke bezetting, beveiliging, geluidshinder en eventuele toeslagen maken deel uit van dezelfde berekening. De efficiëntiewinst ontstaat pas wanneer de volledige keten meewerkt.
Antwerpse haven: 21,7 procent nachtverkeer
In de Antwerpse haven wordt al langer gewerkt aan een betere spreiding van vrachtverkeer. Volgens Alfaport Voka steeg het aandeel verkeer tussen 18.00 en 6.00 uur van 19,3 procent in juli 2024 naar 21,7 procent in augustus 2026. Dat is een toename met 2,4 procentpunten, niet met 2,4 procent.
De havenpartners onderzoeken onder meer ruimere openingsuren, bufferlocaties, digitale oplossingen en stimulansen om logistieke activiteiten buiten de piekuren aantrekkelijker te maken. De werkgroep nachtlogistiek komt op 30 oktober opnieuw samen.
Nachtpremie blijft een aandachtspunt
Voor werknemers in het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden (PC 140.03) is ook de sectorale vergoeding relevant. Vakbonden en werkgevers maakten in september afspraken om de bestaande nachtpremie voor prestaties tussen 20.00 en 6.00 uur te behouden, ook voor werknemers die sinds 1 juni 2026 in dienst kwamen.
Die regeling neemt niet alle praktische vragen weg. Transporteurs moeten nog altijd nagaan of klanten en medewerkers kunnen meewerken en of de voordelen van rijden buiten de spits opwegen tegen de extra organisatiekosten.
Van proefproject naar dagelijkse praktijk
De cijfers uit de Antwerpse haven tonen dat een verschuiving naar de nacht mogelijk is. Ze bewijzen op zichzelf niet dat nachttransport voor elk bedrijf rendabel is. Daarvoor zijn concrete afspraken nodig over tijdvensters, personeelsbezetting, veiligheid en vergoedingen.
Voor Belgische transportbedrijven ligt de volgende stap dus minder bij een algemeen pleidooi voor nachtwerk dan bij praktische afspraken met hun opdrachtgevers. Alleen zo kan een grotere spreiding van ritten daadwerkelijk leiden tot minder wachttijd en een beter benut wegennet.

