Foto: Nicolas Collart, Chief Trade Operations & Compliance Officer bij Customs Support Group
Handelstarieven, oorsprongsregels en nieuwe Europese verplichtingen maken douane tot meer dan administratie. Nicolas Collart van Customs Support Group legt uit waarom betrouwbare leveranciersdata en samenwerking met aankoop en supply chain beslissend worden.
Douane is voor veel bedrijven nog altijd iets wat pas aan bod komt wanneer goederen de grens oversteken. Volgens Nicolas Collart, Chief Trade Operations & Compliance Officer bij Customs Support Group, begint de echte douanevraag veel vroeger: bij de keuze van leveranciers, de herkomst van onderdelen en de gegevens die een onderneming daarover kan verzamelen.
In deze exclusieve bijdrage legt Collart uit waarom geopolitieke spanningen en nieuwe Europese verplichtingen de douanefunctie dichter bij aankoop, supply chain en de directie brengen. Zijn centrale boodschap: zonder betrouwbare data wordt zelfs de beste douaneprocedure kwetsbaar.
Handelsbeleid raakt de hele toeleveringsketen
Wisselende Amerikaanse invoertarieven, de concurrentie uit China en Europese maatregelen om de eigen industrie te beschermen, veranderen de afwegingen voor internationaal actieve bedrijven. Een leverancier kiezen op basis van de aankoopprijs alleen volstaat niet: oorsprong, handelsmaatregelen en mogelijke invoerrechten kunnen de uiteindelijke kostprijs sterk beïnvloeden.
Collart wijst ook op de samenloop met Europese duurzaamheidsregels, waaronder het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens (CBAM) en de ontbossingsverordening (EUDR). Die regelingen hebben elk hun eigen toepassingsgebied en vereisten, maar ze vergroten de behoefte aan correcte informatie over goederen en hun toeleveringsketen.
Een fiets toont hoe ingewikkeld oorsprong kan zijn
De oorsprong van een grondstof is vaak eenvoudiger vast te stellen dan die van een samengesteld product. Neem een fiets met onderdelen uit verschillende landen en een eindassemblage elders. Het land waar de fiets wordt gemonteerd, is niet automatisch het land van douanerechtelijke oorsprong. Daarvoor moet worden nagegaan welke bewerkingen zijn uitgevoerd en welke specifieke oorsprongsregels gelden.
Volgens Collart ligt daar een hardnekkig probleem: leveranciers geven niet altijd voldoende inzicht in de herkomst van onderdelen of materialen. Een productieketen met meerdere landen en tussenpartijen maakt die controle extra moeilijk. Een onderneming kan daardoor te maken krijgen met foutieve tariefindeling, onjuiste oorsprongsverklaringen of onverwachte kosten.
De bottleneck zit in de gegevens van leveranciers
Bedrijven beschikken doorgaans over veel informatie over hun eigen producten en transacties. Maar voor classificatie, oorsprong en bepaalde wettelijke verplichtingen zijn ze ook afhankelijk van fabrikanten en leveranciers. Precies die externe gegevens blijken volgens Collart vaak het moeilijkst te verzamelen en te verifiëren.
Digitalisering kan gegevens samenbrengen en controles ondersteunen, maar een softwaresysteem kan ontbrekende of onbetrouwbare broninformatie niet zomaar herstellen. Dat sluit aan bij de bredere discussie over AI en automatisering in douaneprocessen: documenten sneller verwerken is niet hetzelfde als hun inhoud juridisch correct beoordelen.
De douaneverantwoordelijke moet vroeger aan tafel
Daarom ziet Collart een andere rol voor de douaneverantwoordelijke. Niet uitsluitend aangiften opvolgen, maar meepraten met aankoop, logistiek en management wanneer bedrijven leveranciers selecteren, productie verplaatsen of nieuwe markten betreden. Een fout in oorsprong of classificatie is immers niet alleen een administratief probleem: ze kan de marges, leverbetrouwbaarheid en bedrijfsrisico’s beïnvloeden.
Dat vergt volgens hem meer dan technische douanekennis. Data-analyse, samenwerking en het vermogen om risico’s helder uit te leggen aan de directie worden belangrijker. Meer medewerkers aanwerven is daarbij niet automatisch de oplossing. Een deel van de kennis over producten, leveranciers en duurzaamheid bestaat al binnen andere afdelingen. De uitdaging is die kennis tijdig bijeen te brengen.
Wat betekent dat concreet voor Belgische bedrijven?
De Belgische praktijk laat zien hoe sterk douaneprocessen afhankelijk worden van gegevensuitwisseling. In de zeehavens werd bijvoorbeeld het Inbound Release Platform voor douanegegevens ontwikkeld om informatie tussen betrokken partijen beter te laten doorstromen. Dat platform lost niet automatisch oorsprongsvragen op, maar illustreert wel hoe belangrijk tijdige en correcte data zijn geworden.
Ook de Europese douanehervorming versterkt de aandacht voor gegevenskwaliteit en verantwoordelijkheden in de keten. Welke technische aanpassingen nodig zijn, verschilt echter per onderneming en per goederenstroom. Collarts bijdrage is daarom geen pleidooi voor één specifieke softwareoplossing, maar voor een andere organisatie van douanekennis.
Een praktische eerste stap is nagaan wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor de oorsprong, classificatie en kwaliteit van productgegevens. Daarna volgt de vraag welke informatie leveranciers moeten aanleveren en hoe die wordt gecontroleerd vóór goederen worden besteld of verscheept.
Douane als strategisch voordeel
Collart pleit ten slotte voor meer wendbaarheid in de toeleveringsketen. Wie voor kritieke goederen volledig afhankelijk is van één regio, kan kwetsbaar zijn voor nieuwe handelsmaatregelen. Alternatieve leveranciers of productielocaties kunnen die afhankelijkheid verkleinen, al vergt zo’n spreiding telkens een eigen kosten- en risicoafweging.
Zijn conclusie is duidelijk: bedrijven die hun douanegegevens en interne samenwerking op orde hebben, kunnen onverwachte kosten en vertragingen beter beperken. De douaneverantwoordelijke schuift daarmee op van de administratieve achtergrond naar de strategische besluitvorming.

