De Nederlandse Arbeidsinspectie onderzocht in zes jaar tijd 309 ernstige aanrijdingen met heftrucks en vergelijkbare mobiele arbeidsmiddelen. Tien slachtoffers overleden. De cijfers zijn Nederlands, maar de lessen die eruit volgen zijn wel degelijk relevant voor Belgische warehouses. Vooral één vaststelling springt eruit: bij veel ongevallen merken bestuurder en voetganger elkaar niet of te laat op.
Dat maakt de analyse ook voor Belgische magazijnen interessant. Heftrucks, reachtrucks en voetgangers bewegen hier in vergelijkbare omgevingen, tussen stellingen, laad- en loszones en kruisingen. De vraag is dus niet hoeveel van die 309 ongevallen zich in België zouden voordoen, maar wat Belgische bedrijven uit de oorzaken kunnen leren.
Wat leren deze ongevallen ons in België?
De 309 gevallen zijn geen telling van alle Nederlandse heftruckongevallen. Het gaat om ernstige arbeidsongevallen door aanrijding die de Nederlandse Arbeidsinspectie in de periode 2020-2025 onderzocht. De absolute aantallen mogen daarom niet rechtstreeks naar België worden vertaald.
Wat wel bruikbaar is, is het patroon achter de ongevallen. Volgens de Nederlandse analyse merkten bestuurder en slachtoffer elkaar vaak niet of te laat op. Dat risico is ook in Belgische warehouses herkenbaar.
Niet het Nederlandse ongevalscijfer zelf is het interessantst, maar de oorzaken. Zicht, verkeersstromen en de interactie tussen voetgangers en mobiele arbeidsmiddelen blijken cruciaal.
Zicht en aandacht blijken cruciaal
Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie ligt de oorzaak meestal niet bij een technisch defect. In slechts 3% van de onderzochte aanrijdingen speelde technisch falen een rol. Veel vaker zagen bestuurder en slachtoffer elkaar niet of te laat.
Zichtbelemmering door bijvoorbeeld lading, pallets of stellingen kan daarbij een rol spelen. De inspectie wijst daarnaast op aandachtsblindheid: iemand kijkt in de richting van een risico, maar neemt het niet bewust waar.
Dat maakt de analyse ook voor Belgische distributiecentra herkenbaar. Heftrucks, reachtrucks en voetgangers bewegen er vaak in dezelfde omgeving, met kruisingen, laad- en loszones, stellingen en wisselende zichtlijnen.
Belgische regelgeving legt nadruk op veilig gebruik
De Belgische regelgeving is niet identiek aan de Nederlandse. Mobiele arbeidsmiddelen vallen hier onder de Codex over het welzijn op het werk. Werkgevers moeten risico’s beoordelen en passende maatregelen nemen zodat arbeidsmiddelen veilig kunnen worden gebruikt.
Een specifiek wettelijk heftruckrijbewijs bestaat in België niet. De FOD Werkgelegenheid verduidelijkt wel dat bestuurders van mobiele arbeidsmiddelen een adequate opleiding moeten hebben gekregen. Het besturen van hefwerktuigen met eigen aandrijving geldt bovendien als een veiligheidsfunctie, waardoor gezondheidstoezicht van toepassing is.
De Nederlandse analyse voegt daar een belangrijke praktische les aan toe: opleiding van de chauffeur alleen neemt het risico op aanrijdingen niet weg. Ook de inrichting en organisatie van het magazijn bepalen hoe groot de kans is dat voetgangers en voertuigen elkaar kruisen of te laat opmerken.
Vier vragen voor Belgische magazijnen
1. Kunnen voetgangers en intern transport fysiek verder worden gescheiden?
Markeringen zijn nuttig, maar fysieke scheiding voorkomt dat beide verkeersstromen dezelfde ruimte moeten delen.
2. Waar zitten de blinde punten?
Kruisingen, doorgangen tussen stellingen, poorten en laadkades verdienen extra aandacht. Niet alleen het zicht vanuit de heftruck telt, maar ook wat een voetganger kan waarnemen.
3. Kunnen heftruckbewegingen worden verminderd?
De Nederlandse Arbeidsinspectie wijst nadrukkelijk op bronmaatregelen. Minder voertuigbewegingen betekent ook minder momenten waarop een aanrijding kan ontstaan.
4. Waar kan technologie een extra veiligheidslaag vormen?
Detectiesystemen kunnen bestuurders waarschuwen voor personen of andere voertuigen. Afhankelijk van de toepassing kunnen systemen ook automatisch snelheid verminderen of ingrijpen. Technologie vervangt een veilige magazijninrichting niet, maar kan restrisico’s verkleinen.
Van ongevalscijfer naar preventie
De meerwaarde van de Nederlandse cijfers voor België zit dus niet in het getal 309 zelf. Ze zit in het patroon achter die ongevallen. Wanneer mensen en mobiele arbeidsmiddelen dezelfde ruimte gebruiken, blijft waarneming een kwetsbare schakel.
Voor Belgische magazijnen is de interessantste conclusie daarom breder dan ‘leid chauffeurs beter op’. Kijk eerst of gevaarlijke interacties kunnen worden vermeden, vervolgens naar inrichting en verkeersstromen en pas daarna naar aanvullende organisatorische en technologische maatregelen.
Logistiek.be behandelde eerder al de bredere Belgische context rond heftruckveiligheid in magazijnen en een praktijkcase rond Van Moer Logistics en Rombit.

