Foto: Port of Antwerp-Bruges
De uitbreiding krijgt een plaats midden in de havenactiviteiten. Drie turbines zijn voorzien op de RoRo-terminal van Wallenius Wilhelmsen. Vijf andere komen op de terreinen van International Car Operators (ICO): twee aan het Zuidelijk Insteekdok en drie aan het Noordelijk Insteekdok. De initiatiefnemers maakten het project op 9 oktober bekend.
ENGIE begint in oktober met de civiele werken. De masten, gondels en wieken worden volgens de planning in de tweede helft van 2027 geplaatst. De stroomproductie is voorzien vanaf begin 2028. Het gaat dus om een bouwstart, niet om turbines die vandaag al elektriciteit leveren.
Uitbreiding naast bestaand windpark bij ICO
Op de terreinen van ICO staan al elf windturbines, met samen 44 MW vermogen. Dat park kwam in 2020 tot stand via een samenwerking tussen ENGIE, ICO en Portfineco. Met de acht aangekondigde turbines komt er 42,6 MW aan nieuwe capaciteit bij op de twee terminalsites.
De nieuwe installaties verschillen in grootte. Wallenius Wilhelmsen krijgt drie turbines met een vermogen van 6 MW per stuk. Bij ICO zijn er twee van 6 MW en drie van 4,2 MW gepland. De grootste turbines bereiken een tiphoogte van 200 meter.
Havenbedrijven hebben steeds meer elektriciteit nodig
De ligging is voor de logistieke sector relevant. Autoterminals, laadinfrastructuur, kranen en andere haveninstallaties elektrificeren, terwijl ook de vraag naar walstroom groeit. De nieuwe turbines vergroten de productie van hernieuwbare elektriciteit in het havengebied, maar het persbericht legt niet vast hoeveel stroom rechtstreeks door de betrokken terminals zal worden gebruikt.
Meer lokale productie is bovendien niet hetzelfde als extra beschikbare netcapaciteit. In een eerdere analyse over walstroom en de druk op het elektriciteitsnet beschreven we waarom aansluitingen, piekverbruik en opslag afzonderlijke uitdagingen blijven. Die vragen worden ook voor nieuwe havenenergieprojecten belangrijk.
Drie partners investeren, ENGIE beheert
ENGIE, Port of Antwerp-Bruges en Portfineco investeren samen in de uitbreiding. Portfineco is voor de helft in handen van Zefier en voor de helft van Port of Antwerp-Bruges. ENGIE staat in voor het operationele beheer via projectvennootschap Seagull I. Een investeringsbedrag is niet bekendgemaakt.
Ingenieursbureau Sweco ondersteunde de vergunningsprocedure en de milieuonderzoeken. Daarbij werd onder meer rekening gehouden met de meeuwenpopulaties rond Zeebrugge en het risico op aanvaringen. Volgens Sweco zijn de vergunningen definitief.
De haven wil tegen 2030 doorgroeien naar een half gigawatt opgesteld windvermogen op haar platformen. De bouwstart in Zeebrugge is een concrete stap in die richting. Of de extra stroom de elektrificatie van de terminals ook versnelt, hangt vervolgens af van de aansluiting op het net en de manier waarop de energie wordt afgenomen. Dat sluit aan bij het bredere vraagstuk van elektrificatie in transport en logistiek.


