Walstroom botst op netcapaciteit: kan het elektriciteitsnet de havenambities volgen?

Antwerp Euroterminal - Mediabibliotheek Port of Antwerp-Bruges

Beeld: Port of Antwerp-Bruges

TRANSPORT & DISTRIBUTIE

Walstroom moet tegen 2030 op veel Europese zeeterminals beschikbaar zijn, maar de uitrol botst steeds vaker op een probleem buiten de kade: het elektriciteitsnet. Ook in Vlaanderen wordt netcapaciteit expliciet genoemd als een van de belangrijkste hindernissen.

2030tegen dan verplicht Europa in veel zeehavens walstroom voor container- en passagiersschepen
5 MWtotale capaciteit van de twee geplande aansluitingen op Antwerp Euroterminal
30%van de onderzochte Vlaamse ligplaatsen voor binnenvaart bleek in een VIL-project geschikt voor vaste walstroom

Walstroom lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: een schip legt aan, schakelt zijn generatoren uit en neemt elektriciteit af van de wal. In de praktijk vraagt een installatie voor grote zeeschepen vermogens die dichter bij zware industriële aansluitingen liggen dan bij een klassiek laadpunt.

Daarmee verschuift een deel van de uitdaging van de terminal naar het elektriciteitsnet. De Vlaamse overheid noemt netcapaciteit in het BREEZE-project expliciet als een belangrijke hindernis voor grootschalige walstroom. Havens kunnen een installatie bouwen, maar zijn afhankelijk van voldoende capaciteit op regionale en nationale netten.

De Europese deadline ligt vast

De druk neemt toe omdat walstroom vanaf 2030 in veel Europese zeehavens verplicht beschikbaar moet zijn voor bepaalde container- en passagiersschepen. Dat betekent dat terminals, havens en netbeheerders dezelfde deadline hebben, terwijl hun investeringscycli sterk verschillen.

Port of Antwerp-Bruges investeert al in verschillende projecten. Op Antwerp Euroterminal zijn twee vaste aansluitingen voorzien met samen 5 MW vermogen. De haven wil daarnaast ook grote containerschepen van walstroom kunnen voorzien. In Zeebrugge wordt gewerkt aan een installatie voor cruiseschepen.

Die projecten tonen tegelijk waarom de netvraag niet los van de uitrol kan worden bekeken. Een walstroominstallatie vraagt niet alleen een kabel en aansluiting aan de kade, maar ook hoogspanning, omzetting, beveiliging en voldoende capaciteit in het achterliggende net.

De bottleneck verschuift. De technische kennis om walstroom te installeren is er. De moeilijkere vraag wordt of het elektriciteitsnet op de juiste plaats, op het juiste moment en tegen een haalbare kost voldoende vermogen kan leveren.

Netuitbreiding duurt langer dan een terminalproject

Voor netbeheerders is uitbreiding geen kwestie van enkele maanden. Nieuwe hoogspanningsverbindingen, onderstations en vergunningen hebben vaak lange doorlooptijden. De Vlaamse Nutsregulator verplichtte Elia eerder dit jaar zijn investeringsplan 2026-2035 bij te sturen en meer transparantie te geven over projecttermijnen en investeringsnoden.

Dat betekent niet dat walstroomprojecten automatisch worden uitgesteld. Het maakt wel duidelijk dat havenplannen voortaan veel vroeger gekoppeld moeten worden aan netplanning. Wie in 2030 capaciteit nodig heeft, kan niet wachten tot 2029 om de aansluiting te bespreken.

Lokale opwekking en batterijen helpen, maar lossen niet alles op

Antwerp Euroterminal combineert zijn walstroomproject met lokale hernieuwbare productie en batterijopslag. Windturbines en zonnepanelen moeten een deel van de energie leveren, terwijl een batterij de opgewekte stroom efficiënter kan inzetten.

Dat is logisch, maar opslag vervangt geen structureel sterke netaansluiting. Een batterij kan pieken afvlakken en lokale productie bufferen, maar moet zelf ook worden geladen. Zeker wanneer meerdere grote schepen tegelijk aansluiten, blijft voldoende netvermogen noodzakelijk.

Ook in de binnenvaart speelt hetzelfde probleem. VIL stelde in het project Floating Battery vast dat slechts 30% van de onderzochte Vlaamse ligplaatsen geschikt is voor vaste walstroom. Netcongestie en infrastructuurbeperkingen waren daarbij belangrijke remmende factoren. Drijvende batterijen worden daarom onderzocht als flexibel alternatief voor plaatsen waar vaste infrastructuur moeilijk realiseerbaar is.

Walstroom wordt een energie-infrastructuurproject

De komende jaren zal de discussie over walstroom daardoor minder gaan over de vraag óf het technisch kan. De grotere uitdaging wordt de coördinatie tussen havenbedrijven, terminals, reders, netbeheerders en overheden.

Voor Port of Antwerp-Bruges en andere Vlaamse havens is dat extra relevant omdat elektrificatie niet stopt bij schepen. Ook terminals, kranen, voertuigen, vrachtwagens en industriële processen vragen steeds meer elektriciteit. Al die toepassingen concurreren uiteindelijk om dezelfde netcapaciteit.

Walstroom is dus geen afzonderlijk havenproject meer. Het wordt onderdeel van een bredere energievraag in en rond logistieke knooppunten. Wie de Europese deadline van 2030 wil halen, moet daarom niet alleen aansluitpunten aan de kade bouwen, maar tegelijk zorgen dat het elektriciteitsnet die ambities kan volgen.

Bronnen
Vlaamse overheid – BREEZENetcapaciteit als belangrijke hindernis voor grootschalige walstroom, geraadpleegd 15 september 2026.https://www.vlaanderen.be/departement-mobiliteit-en-openbare-werken/beleidsthemas/havenbeleid/breeze
Port of Antwerp-BrugesEerste walstroom voor zeeschepen op Antwerp Euroterminal; twee aansluitingen met samen 5 MW.https://newsroom.portofantwerpbruges.com/persberichten/eerste-walstroom-voor-zeeschepen-arriveert-in-antwerp-euroterminal
Vlaamse NutsregulatorAangepast investeringsplan 2026-2035 van Elia, 9 juni 2026.https://www.vlaamsenutsregulator.be/publicaties/besl-2026-44
VILFloating Battery: netcongestie en infrastructuurbeperkingen remmen vaste walstroom, 2 april 2026.https://vil.be/2026/slechts-30-van-ligplaatsen-heeft-walstroom-drijvende-batterijen-bieden-alternatief-voor-emissievrije-binnenvaart/

Bedrijfsprofiel

Bekijk Port of Antwerp-Bruges op Logistiek.be