De Vlaamse zeehavens leverden in 2024 samen 38,1 miljard euro toegevoegde waarde en ondersteunden bijna 235.000 voltijdse banen. Een nieuwe studie laat tegelijk zien hoe de terugval in de industrie het economische gewicht van de havens sinds 2022 onder druk zet.
De Vlaamse havens blijven een belangrijke economische motor, maar hun positie is minder sterk dan op het hoogtepunt in 2022. Dat blijkt uit een nieuwe studie die op 21 oktober werd voorgesteld in opdracht van het Vlaamse Departement Mobiliteit en Openbare Werken en de drie havenbedrijven Port of Antwerp-Bruges, North Sea Port en Haven Oostende.
De cijfers slaan op 2024, het recentste onderzochte boekjaar. Samen waren de havengebonden activiteiten goed voor 38,1 miljard euro toegevoegde waarde, of 6,14% van het Belgische bruto binnenlands product. Ze ondersteunden 110.088 rechtstreekse en 124.561 onrechtstreekse voltijdse banen. De som bedraagt 234.649 voltijdse equivalenten.
Bijna de helft van de waarde ontstaat buiten de haven
De economische betekenis van de havens stopt niet aan de kades. Van de 38,1 miljard euro werd 20,9 miljard rechtstreeks in de havengebieden gecreëerd. Nog eens 17,2 miljard euro ontstond elders in België, bij leveranciers en andere ondernemingen die met de havenactiviteiten verbonden zijn. Dat is ongeveer 45% van het totaal.
Volgens de studie genereert elke euro directe toegevoegde waarde gemiddeld nog 0,82 euro elders in de economie. Per rechtstreekse voltijdse baan zijn er gemiddeld 1,13 indirecte banen. Dat onderstreept hoe nauw de havens verweven zijn met productie, vervoer en dienstverlening in het achterland.
Industrie verklaart terugval na 2022
De ontwikkeling over meerdere jaren vertelt een minder gunstig verhaal. Het aandeel van de Vlaamse havens in het Belgische bbp steeg van 6,33% in 2020 naar 7,19% in 2022. In 2024 was dat teruggevallen tot 6,14%. Vooral de chemie, metaalindustrie, brandstofproductie en energiesector drukten de cijfers. Maritieme activiteiten leverden in dezelfde periode wel een positieve bijdrage.
Dat onderscheid is belangrijk voor de interpretatie van recente overslagcijfers. Zo meldde Port of Antwerp-Bruges deze week een sterk containerkwartaal, terwijl de totale goederenoverslag over de eerste negen maanden licht daalde. Meer containerbewegingen betekenen dus niet automatisch dat de industriële toegevoegde waarde in het havengebied in hetzelfde tempo groeit.
Wat betekenen de cijfers voor logistieke bedrijven?
Voor transporteurs, terminals en logistieke dienstverleners is vooral de afhankelijkheid van de industriële klantenbasis relevant. Wanneer productie afneemt, kan dat doorwerken in de vraag naar opslag, aan- en afvoer en andere havendiensten. De studie berekent echter geen afzonderlijk effect op transportvolumes of logistieke tarieven; zulke conclusies zijn op basis van deze cijfers alleen niet mogelijk.
Ook de industriële positie van North Sea Port maakt duidelijk waarom een haven niet uitsluitend op tonnages kan worden beoordeeld. De toegevoegde waarde ontstaat er in belangrijke mate door de bedrijven die goederen verwerken en produceren, naast de maritieme en logistieke activiteiten.
Uitgebreid rapport volgt later
De nu gepubliceerde flashraming bestrijkt 2020 tot en met 2024 en beperkt zich tot de private economische effecten. Onderzoeksbureau Ortelius voerde de studie uit, samen met academische partners. De berekeningen steunen op bedrijfsjaarrekeningen en gegevens over de werkgelegenheid.
Een uitgebreider eindrapport volgt later. Dat moet onder meer investeringen, publieke activiteiten, de economische impact per goederenstroom en de onderliggende oorzaken verder uitwerken. Pas dan wordt duidelijker welke delen van het havenecosysteem de grootste verschuivingen doormaken.



